De winning van mos.


Vorige pagina            Volgende pagina

Speuren naar scheepsbouwmos

Over welk mos gaat het, hoe werd het gewonnen en hoe verliep de handel? Je hebt mos en mos. Niet alles wat mos heet, is geschikt. Van Yk en Mossel delen ons mede dat het mos een plant is die in een (dikke) vacht onder water groeit. Dit wijst op veenmos. Zoals reeds gezegd, komen in Nederland komen dertig soorten veenmos voor. De soort die bij archeologisch onderzoek van scheepswrakken vaak (maar niet uitsluitend) aangetroffen wordt, is het Waterveenmos, Sphagnum cuspidatum.

Hoogveengebieden

Literatuur over moswinning in ons land ontbreekt. Uit het bovenstaande blijkt echter dat er omstreeks 1700 of eerder handel in gedroogd mos bestond, dat het geleverd werd in bosjes en uit Brabant kwam. Andere bronnen, waaronder Petrejus, bevestigen dit en noemen tevens Drente, Gelderland en Overijssel. Ergens las ik dat mos uit de Turnhoutse vennen zou komen. Dit sluit aan bij wat Jan Vreeburg over de Belgische venters vertelde, maar ter plaatse kon ik er geen bevestiging van krijgen. Wel schijnt het dat we het ´scheepsbouwmos´ in de hoogveengebieden moeten zoeken, maar navraag bij heemkundige verenigingen en musea in de genoemde provincies leverde aanvankelijk geen resultaat op.

Het spoor naar Wierden

Nog overgebleven brief in het bezit van de familie Ter Beke. Petrejus verwijst, voor wat betreft de herkomst van het mos dat in Katwijk bij de bouw van de ´Katwijkse bomschuit´ gebruikt werd, naar Wierden in Overijssel. G.J. Schutten, auteur van boeken en artikelen over historische scheepvaart en scheepsbouw, noemde mij de naam Ter Beke.
Bij papiermolen De Schoolmeester in Westzaan weet de huidige molenaar, Arie Butterman, dat tot na 1950 het mos, waarvan aldaar mospapier werd gemaakt, geleverd is door ´ene Ter Beke uit Wierden, die boer was´.
Het was ten slotte de Stichting Historische Kring Wierden die mij in contact bracht met de heer Theo ter Beke die het ´mostrekken´ als jongen heeft meegemaakt. Theo, en zijn broer Jan, zijn de enige mij bekende zegslieden, die nog uit eigen ervaring over de moswinning kunnen vertellen.

G.J. ter Beke vertelt...

In 1833, na de Franse tijd, werd in de Lage Egge in Wierden een boerderijtje afgesplitst van Erve Nijhuis. Gerrit Jan Nijhuis trouwde toen met Geziena Nollen uit de Nollenhoek in de buurtschap De Huurne, gemeente Wierden. Zij hadden drie dochters en Geertruida trouwde in 1866 met de bakkersknecht Johannes ter Beke, geboren in Wiene, Ambt Delden. Hij was een ondernemende man en begon omstreeks 1880 met een handel in mos. Dit zou drie generaties lang een bijverdienste opleveren. Naast het werk op zijn boerderijtje met drie koeien was Johannes parttime bakkersknecht bij Lutten-Na. De boerderij brandde in 1951 tot de grond toe af, waarmee ook het familiearchief verloren ging. Nog overgebleven brief in het bezit van de familie Ter Beke.

Vindplaatsen

Mos groeit op veel plaatsen en in velerlei soorten (wit, groen en bruin). Het watermos, sphagnum, groeit in de veenkuilen. Door een jarenlang proces ontstaat er veen, levend hoogveen. Het beste mos, dat wil zeggen het langste en sterkste, werd bijna uitsluitend gebruikt door de scheepmakers voor het breeuwen van houten boten en schepen. Het werd vermengd met bruine teer en in de scheepsnaden gebeiteld. Het kon tegen droogte en tegen water zodat de naden altijd dicht


Vorige pagina       Top       Volgende pagina
Home