Hierboven kwamen we het mospapier tegen. Mospapier bestaat uit veenmos vermengd met hennepvezels uit oud uitgeplozen touw. Het woord duikt voor het eerst op bij Mossel (1859), hetgeen kan wijzen op een niet zeer hoge ouderdom. Mospapier wordt gebruikt om grote houten scheepsdelen, zoals de lassen in de kiel en de verbinding van de stevenbalk met de kiel ´aan te leggen´. Leveranciers van bruine teer verkochten het mos vaak als nevenartikel.

Er is een suggestie dat het mospapier vroeger op sommige werfjes voor eigen gebruik gemaakt werd en dat dit langzamerhand uitgroeide tot een handelsproduct. Zo zou er in Vinkeveen een werfje De Jong bestaan hebben dat mospapier maakte en leverde. In ieder geval is de vervaardiging van mospapier bij de nog steeds draaiende papiermolen (thans museum) De Schoolmeester in Westzaan aan te wijzen. In De Schoolmeester werden en worden verschillende soorten grof papier vervaardigd, zoals Wit, Grijs, Grauw en Bruin Zaansch Bord. De bordpapieren werden hoofdzakelijk voor verpakkingsdoeleinden gebruikt, zoals spijkerzakken en dozen. Tegenwoordig zijn deze papieren in trek voor allerlei kunstzinnige doeleinden. Tot ca. 1950 werd er op de molen mospapier geschept. Het formaat van de vellen is ca. 62 x 46 cm met vier schepranden. Speciaal voor ons tijdschrift konden we een aantal vellen van dit thans zeldzame papier verwerven. Zie afbeelding. Dit mospapier bestaat voor 90% uit Waterveenmos (S. cuspidatum) vermengd met 10% hennepvezels uit oud touw. Tussen haakjes: de laatste ´echte klant´ voor mospapier was de marine, die in 1965 voor lesdoeleinden een partijtje bestelde.
Aardig is dat het moshok, met daarin een tas kurkdroog waterveenmos, nog steeds aanwezig is, terwijl er ook nog oud henneptouw in een hoek ligt. Het maken van goed mospapier kent overigens zijn geheimen, want toen de nieuwe molenaar Arie Butterman het in 1985 probeerde, kreeg hij niet de oude kwaliteit, het papier bleek stugger te zijn.
Op sommige dagen wordt het maken van Zaansch Bord gedemonstreerd op de papiermachine. Mospapier wordt er niet meer geschept. De productie verliep op ongeveer dezelfde wijze als de andere papiersoorten. Het oude henneptouw wordt in de stamperton fijn gehakt. De stampers worden door een as met spaken opgetild en vallen dan in de langzaam draaiende ton. Vervolgens wordt in de maalbakken het veenmos en het fijngehakte touw vermengd met water om verder gemalen te worden tot de vezels los van elkaar zijn. Via een houten goot laat men de gemalen stof naar de verzijgkasten lopen. Het water zakt door de lattenbodem weg, zodat alleen papierstof overblijft. Vanuit de verzijgkasten wordt de stof naar de roerbak gebracht en opnieuw vermengd met water. De papierstof loopt vervolgens van de roerbak in de schepkast. Het papier wordt met een schepraam uit de schepkast geschept en op een laag vilt afgedrukt. Het benodigde water wordt met een pomp vanuit de aanvoersloot naar de waterbak gepompt. Alle werktuigen tot nu genoemd worden aangedreven door windkracht.
Tot 1877 werd het papier geschept, maar in dat jaar werd een papiermachine geïnstalleerd die eerst door stoom en later elektrisch werd aangedreven. De snelheid moet namelijk constant zijn en dat gaat niet met een molen op windkracht.
Het mos dat De Schoolmeester verwerkte, kwam van G. ter Beke zoals blijkt uit correspondentie en een label (zie kaderartikel). Het werd volgens de molenaar geleverd in baaltjes van 10 kg, opgebonden met ijzerdraad. Helaas, het ijzerdraad is verroest en gebroken en de bosjes zijn, mede door het ´omzetten´ bij een restauratie van de molen, uit elkaar gevallen.
Het mos dat in de scheepsbouw gebruikt werd, is voornamelijk het Waterveenmos uit de hoogvenen. Behalve een stukje van J. ter Beke in Weder-Aardigheden is geen documentatie aangetroffen over het oogsten en verhandelen van veenmos, althans niet voor de scheepsbouw1. Waarschijnlijk bleef het bij een onopvallende nevenactiviteit van enkele boeren in de hoogveengebieden. Ter Beke uit Wierden leverde onder andere mos aan de voormalige werf Koning David in Amsterdam (mondelinge mededeling Th. ter Beke) en aan papiermolen De Schoolmeester in Westzaan. Mogelijk had het familiearchief van de Ter Bekes meer kunnen opleveren, maar helaas is dit door brand in 1951 verloren gegaan.