Het lijdt weinig twijfel dat hiervoor de bewuste belboren gebruikt werden. We moeten daarbij kennelijk alleen aan houtconstructies denken, omdat de mij bekende boren uitsluitend als spiraalboren zijn uitgevoerd.
De belboren zelf komen we in diverse oude catalogi in verschillende uitvoeringen tegen (ze bleven kennelijk tot de jaren zestig onder de naam ‘telefoonboren’ in de handel).
Maar over de gebruikers, de makers van die oude belinstallaties, is helaas bijna niets terug te vinden. En dat terwijl ze toch als specifieke ambachtslieden te boek stonden!
Belboren in uiteenlopende uitvoering (uit eigen verzameling).
De lengte varieert van ca. 35 tot 75 cm, de dikte van ca. 3 tot 8 mm. Eén ervan (gecombineerd met rondvijl) heeft aan de spiraalpunt een klein gaatje (als hulpje om na het boren de draad door te voeren?); bij een andere is de schacht voorzien van een houtrasp.
Benamingen (voor zover bekend)
Nederlands: schellenboor, belboor, telefoonboor, lange fretboor
Engels: bellhanger’s gimlet
Frans : vrille pour électriciens
Literatuur
R.A. Salaman, Dictionary of tools used in the woodworking and allied trades ca. 1700-1970, George Allen & Unwin Ltd., London
ISBN 0 04 621020 2
W.L. Goodman, The history of woodworking tools, G. Bell and Sons Ltd. London
ISBN 7135 0489 7
Herbert P. Kean & Emil S. Polak, Collecting Antique tools, The Astragal Press, Morristown
ISBN 0 9618088 5 3
Diverse oude catalogi, o.m. die van S. van Embden, Amsterdam; Hollandsch IJzermagazijn, Alkmaar; Goldenberg, Zornhof; Robert Marcel, Parijs; William Marples, Sheffield; Carl Schlieper, Remscheid; R.S. Stokvis, Rotterdam.
Met dank aan de velen die mij met verwijzingen en tips ter wille waren, in het bijzonder de heren Gerrit Mensert en Gijs Nederlof.